|
|
Burgers aller landen, verenigt u!
De bureaucratie en de gemeenschappen voeren een gevecht om de gunst van het volk. De oorsprong van die strijd ligt in het feit dat de bureaucratie tegenwoordig de elementaire diensten verleent, waarvoor vroeger een kleinere gemeenschap zelf zorgdroeg. Degenen die sociaal beleid voeren ontwerpen ‘menselijke diensten’ voor ‘consumenten’.
Maar dit concept waarbij organisaties individuele mensen bedienen stuit op grote problemen. Hoewel de verschillende instellingen steeds omvangrijker en geraffineerder worden, worden hun programma’s steeds ondoelmatiger. Ze doen zelfs afbreuk aan hun oorspronkelijke bedoeling. Zo blijkt dat projecten voor heropvoeding mensen consequent ‘trainen in misdaad’. Een groot aantal patiënten loopt in ziekenhuizen gevaarlijker infecties op dan waarvoor ze werden opgenomen. In scholen in de grote steden raken kinderen steeds verder achterop vergeleken met bevoorrechte leeftijdgenoten op particuliere scholen. Ondanks hele legioenen therapeuten, sociale werkers en bureaucraten zijn er misdaadmakende gevangenissen, ziekmakende ziekenhuizen en dom makende scholen geschapen.
Het systeem moest wel falen omdat het het belangrijkste onderdeel van de maatschappij buitensluit: de gemeenschap, de groep die bestaat uit gezin, vrienden, buren, de wijkvereniging, kerken, clubs en lokale media. Dat zijn zo ongeveer alle sociale instellingen waaraan mensen een bijdrage kunnen leveren.
In een sociaal systeem dat op gemeenschappen is gebaseerd, zouden de mensen die nu worden behandeld, verzorgd en geadviseerd door beleidsmakers, zelf deel uitmaken van een netwerk waarin plaats zou zijn voor hun bijdragen, mogelijkheden en kwaliteiten. Daarbij kan het gaan om werk, maar ook om recreatie, vriendschap en politieke betrokkenheid. Omdat zoveel mensen alleen een wereld kennen, die wordt gemaakt door de bureaucratie en sociale dienstverleners, kennen zij de signalen van het gemeenschapgevoel waarschijnlijk niet eens meer. Hier volgt daarom een aantal kenmerken van de gemeenschap.
• Gemeenschappen erkennen en maken gebruik van de kwaliteiten èn de zwakheden van de betrokkenen. Beleidsmakers daarentegen gaan uit van wat mensen missen of van wat zij denken dat mensen nodig hebben.
• De gedeelde verantwoordelijkheid in een gemeenschap heeft vele talenten nodig. Dus kan iemand die op een bepaald terrein minder begaafd is een steun in de rug krijgen van de groep, die zich naar hem voegt. Dat groepsproces staat haaks op de individualistische benadering van de therapeut en de starre instellingen die van mensen eisen dat ze zich voegen naar de behoeften van het systeem.
• In de netwerken gaat het informeel toe. Zaken worden afgehandeld zonder dat daar geld of advertenties en opgeblazen reclame aan te pas komen. Zorg gaat voor opgelegde dienstverlening.
• Aan universiteiten verzamelen mensen kennis door studies. In bedrijven en organisaties via rapporten. Maar in gemeenschappen vergaren de mensen hun informatie door verhalen. Deze verhalen brengen mensen het besef van een gemeenschappelijk verleden bij en bieden richtlijnen voor toekomstig handelen.
• In gemeenschappen wordt ook feest gevierd. De scheidslijn tussen werk en spel is vaag en de menselijke aard van het dagelijks leven is deel van de wijze van werken. In een groep wordt gelachen of gezongen. In instellingen regeert de stilte van grote zalen en de monotonie van vergaderingen.
Een gemeenschap of groep is geen abstract begrip. Het is gewoon wat elk van ons weet van de anderen. Veel mensen zien in, dat we onszelf buiten spel hebben gezet, omdat we onze rol als burger in een gemeenschap hebben ingeruild voor de rechten van de consument in de welvaartsbureaucratie. Toen we onze buren, die feilbaar waren, verbanden naar het toezicht door bureaucratische managers, therapeuten en technocraten, gaven we veel van ons vermogen op om het vitale brandpunt van onze maatschappij te zijn. We vergaten de capaciteit van ieder van ons om goed werk te doen en in plaats daarvan maakten we sommigen tot het lijdend voorwerp van goed werk – afhankelijke dienaars van degenen die diensten verlenen. Zo zijn we te machteloos geworden om nog aanspraak te kunnen maken op de titel burger en te ongebonden om nog doelmatige leden van de gemeenschap te kunnen zijn. Ten onrechte wordt wel gedacht dat onze maatschappij een probleem heeft, als het gaat om doelmatige maatschappelijke hulp. Maar ons essentiële probleem is dat onze gemeenschappen en groepsnetwerken zwak zijn. De grenzen van de bureaucratische oplossingen zijn bereikt, maar we zijn nog maar net begonnen aan het verkennen van een nieuwe visie op de gemeenschap. Het is een visie van regeneratie, van een reünie van ballingen. Het is een visie waarbij we weten dat we ons leven midden in de gemeenschap moeten plaatsen. Het groepsdenken moet de kern van ons leven zijn, omdat we op die manier alleen maar volwaardig burger kunnen zijn. Alleen daar kunnen we zorgzaamheid vinden. Alleen daar hoor je mensen zingen. En als je goed luistert hoor je de woorden: ‘Ik geef om jou, omdat jij bij mij hoort en ik bij jou.’
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Social policy, winter 1987.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.