Jong geleerd, oud gedaan
Adverteerders spelen een sluw spel met kinderen op de televisie. Diverse onderzoeken tonen aan dat doordachte marketingstrategieën kinderen op jonge leeftijd binden aan produkten.
Editors
| 2 mei/juni 1995 issue
In Kritisch Consumeren, het orgaan van de Alternatieve Konsumenten Bond (derde jaargang, nummer 1) wordt een Duits onderzoek geciteerd waaruit blijkt dat 63 procent van de dertigjarigen nog steeds hetzelfde merk spijkerbroeken koopt dat ze op zestienjarige leeftijd kochten. Maar de beïnvloeding begint al eerder. Want ‘in de leeftijd van vier tot en met tien jaar heeft bijna negentig procent wat te zeggen over het soort broodbeleg, ruim tachtig procent over snoep en bijna zestig procent over de samenstelling van de warme maaltijd’. En dus hoe meer een kind reclames heeft gezien op de televisie, des te meer zal het in de supermarkt zeuren om een bepaald produkt. Kritisch Consumeren verwijst ook naar een onderzoek van de Britse National Food Alliance. ‘Gemiddeld één keer per twee minuten zeurt een kind in de supermarkt en in bijna de helft van de gevallen krijgt het zijn zin.’ Ergo Kindernet.
De Consumentenbond is al ten strijde getrokken met de uitgave Kinderen en hun ongelijke strijd tegen de commercie en die actie wordt door de alternatieve collega’s van harte ondersteund. Hervormd Nederland (jaargang 5, nummer 3) stelt naar aanleiding van het initiatief van de Consumentenbond vast dat kinderen voor de televisie een commercieel bombardement ondergaan. Het blad laat Mark Vooges van het commerciële Kindernet aan het woord. Hij erkent zijn eigen verantwoordelijkheid: ‘We brengen geweldloze kindertelevisie, al mag Poppeye als hij spinazie heeft gegeten zijn tegenstander Brutus te lijf gaan’. Maar daarmee is nog niets gezegd over de reclames waarmee de tekenfilms van Poppeye en de Smurfen worden omgeven.
Geweld blijft overigens een thema in het gesprek over kinderen en televisie. Hans Grothe van het Duitse blad Eltern keert zich in Die Zeit (nummer 5, 1995) tegen sommige futuristische ruimtevaartseries op de televisie, zogenaamd bestemd voor kinderen. Hij neemt vooral Power Rangers op de korrel: louter primiviteit en gewelddadigheid. Een verbod kan niet volgens de wet. De Duitse omroepwet kent geen absolute kinderbescherming, gezien het grondrecht van vrijheid van informatie. Dus is er een compromis: het probleem wordt naar de ouders toegeschoven. ‘Maar bij de meeste ouders heerst er een lakse houding; zo van mijn-kind-deert-dat-niet. Daarom laten ze hun kind voor het scherm zitten. Ze worden in die houding gesterkt door onenigheid onder de psychologen: maakt geweld op het scherm kinderen agressiever of worden ze er integendeel rustiger van, omdat ze hun agressie kunnen uitleven via hun fantasie?’ Natuurlijk zijn het niet in de eerste plaats de beschermde kinderen uit harmonische gezinnen, die schade ondervinden van televisie-horror, toornt Grothe. De echte ernstige schade lopen de kinderen op uit probleemfamilies, waar werkloosheid of ruzies zorgen voor onrust en gebrek aan geborgenheid. ‘Die kinderen worden volgepompt met agressiviteit. Bijna een kwart van de schoolgaande kinderen loopt wat dit betreft gevaar. Dus levert de televisie wel degelijk een massale bedreiging op.’ Tot nu toe was het voornaamste psychologische advies aan ouders om samen met kinderen naar dat soort series te kijken. Maar dat is thans onvoldoende. ‘Ouders moeten nu doen, wat de commerciële televisie-omroepen ons eerder hebben aangeraden: zet de televisie af, als ons iets niet bevalt!’
Megan Rosenfeld van The Washington Post (overgenomen in The Family Therapy Networker januari/februari 1995) heeft een ander probleem. Ooit waren televisie-ouders in Amerikaanse televisieseries sterk en betrouwbaar. Nu zijn ze ronduit maf. ‘Ouders vormen een van de weinige groepen die nog belachelijk worden gemaakt en worden geminimaliseerd op het televisiescherm.’ Ooit was er kritiek op de televisiemaatschappijen omdat ze alleen aandacht besteedden aan het traditionele twee-oudergezin. Nu zijn er negen series waar een ouder aan het hoofd staat. Zeven daarvan zijn alleenstaande vaders, die maar twee procent van de werkelijkheid vertegenwoordigen. Waar zijn ze gebleven: Ozzie en Harriet en de respectabele Huxtables van de Cosby Show? ‘Misschien zijn personen die gezag uitstralen niet langer populair’, veronderstelt een televisiecriticus, ‘het is heel droevig.’
|

|