|
|
Het kapitalisme wordt volwassen
Het Amerikaanse tijdschrift Business Ethics, dat bericht over maatschappelijk verantwoord ondernemen, zorgde eind vorig jaar voor een controverse rond Anita Roddicks The Body Shop. Het blad publiceerde een artikel waarin het milieubeleid van The Body Shop werd aangevallen. De aantijgingen werden fel bestreden en Business Ethics kwam in de beklaagdenbank. Hoofdredacteur Marjorie Kelly maakt de balans op en komt – geholpen door een opmerkelijke zet van General Motors - tot een interessante waarneming.
Bij alles wat wij naar ons hoofd geslingerd kregen naar aanleiding van een controversieel verhaal over The Body Shop van Anita Roddick was een brief die opviel. Hij was van Evan O. Jones, een van de directeuren van Paper Corp. ‘Het maatschappelijke verantwoordelijkheidsbesef, dat de bedrijven steeds meer ten toon spreiden, is niet bedacht door zakelijke beschermengelen als Marjorie Kelly’, schrijft hij. ‘Wees ervan overtuigd, dat de nieuwe bedrijfsvoering op een of andere manier de hopelijk tijdelijke inzinking van Roddick overleeft. In feite is er veel meer aan de hand. De mogelijkheid om op dit gebied vooruitgang te boeken is veel groter dan als deze zogenaamde beweging alleen maar de rage zou zijn die Business Ethics wil doen voorkomen. Het bedrijfsleven verandert tegenwoordig, omdat het Westen op sociaal-economisch gebied een historische ontwikkeling doormaakt.’
Aangezien dit komt van iemand uit het bedrijfsleven, die meer pragmatisch dan ideologisch is, is deze gedachtengang van belang. Het meest opvallende was de opmerking, dat maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef in zaken zich niet beperkt tot degenen die dat als doelstelling hebben. Het is niet het uitsluitende domein van Ben en Jerry’s, The Body Shop of Business Ethics. Terwijl velen onder ons in een hoekje stonden te kissebissen over The Body Shop is er iets heel belangrijks gebeurd, dat nog niet goed is doorgedrongen: General Motors heeft de Ceres-beginselen (Coalition for Environmentally Responsible Economics, opgericht door een groep sociale geldschieters en milieugroeperingen) ondertekend. Dit bedrijf van 140 miljard dollar, een van de grootste op de hele wereld, heeft openlijk beloofd het milieu te zullen beschermen en deze belofte hard te zullen maken met jaarlijkse overzichten en openbare verslagen. Het meest opmerkelijk is dat dit geheel vrijwillig is gebeurd. Natuurlijk heeft Ceres een handje geholpen. Maar Jones heeft gelijk: er is veel meer aan de hand. De ontwikkeling die het bedrijfsleven doormaakt, heeft te maken met autonomie. Ik moet toegeven dat het een droge term is voor iets van historische omvang maar het geeft precies weer waarom het gaat, want het heeft te maken met de grondgedachte die het kapitalisme heeft bepaald sinds de tijd van Adam Smith: het idee van een vrije markt, die zelf zijn regels opstelt. Terwijl sociaal verantwoordelijksbesef steeds verder in het bedrijfsleven wortel schiet, gaat die autonomie ook steeds verder. Het gaat niet meer uitsluitend over vraag en aanbod maar ook over het milieu en mensenrechten. Met gedragsregels voor het milieu heeft het bedrijfsleven zich verplicht rekening te houden met het maatschappelijke welzijn. In de achttiende eeuw regelde de vrije markt zich vanzelf, tegenwoordig gebeurt dat bewust. Vanwaar dit breder maatschappelijk bewustzijn? Zijn zakenlui engelen geworden? Niet echt. Het bedrijfsleven reageert op de druk die de markt uitoefent.
Zoals in het General Motors-milieurapport van 1994 staat: ‘Als onderdeel van het nieuwe beleid geeft GM gestalte aan de visie om de grootste onderneming ter wereld op het gebied van vervoersmiddelen en -diensten te zijn. Om deze visie te verwezenlijken moeten wij handelen in overeenstemming met de maatschappelijke doelstellingen, met inbegrip van bescherming van het milieu. Wij beschouwen zorg voor het milieu als meer dan een verantwoordelijkheid; wij zien het als een onmisbare voorwaarde voor het slagen van GM.’
De ontwikkeling naar zelforganisatie in het bedrijfsleven is in zekere zin een ethisch rijpingsproces, dat vergeleken kan worden met de groei naar volwassenheid. Pubers gehoorzamen onder protest en het bedrijfsleven aanvaardt overheidsmaatregelen mopperend, maar volwassenheid houdt in dat het belang van de regels wordt ingezien. Volwassenen ruimen hun kamer niet op omdat moeder dat zegt. Zij hebben de overheid ook niet nodig om hen te vertellen dat zij het milieu moeten opruimen. Wij zien in dat er een andere wereld is waar wij de verantwoordelijkheid voor dragen. Sociale druk, angst voor vergelding, goede voorbeelden, persoonlijke waarden en gewoon de tijd, hebben bij ons de ogen geopend. Dit wil niet zeggen dat de overheid buitenspel moet worden gezet. Maar de regels die de bedrijven zelf opstellen kunnen vooruitlopen op de overheidsmaatregelen of daaraan richting geven. Wat autonomie bovendien waardevol maakt, is dat de twee echte kenmerken van de vrije markt erin zijn verwerkt: eigenbelang en vrijheid. GM stort zich op het milieu, omdat dat goed is voor het bedrijf. En waar bedrijven op de wet vooruitlopen, kan dat naar eigen goeddunken.
De kern van zelforganisatie is, dat het maatschappelijke belang eigenbelang wordt. En dat gaat veel verder dan men denkt. De initiatieven die bedrijven, vaak in groepsverband, op het ogenblik nemen, zijn bijna niet te tellen. De Ceres-beginselen worden verwerkt in de eigen regels. Duizenden kleinere bedrijven en vier multinationals hebben ze ondertekend. De tien artikelen zijn streng en het ondertekenen daarvan is een betekenisvolle handeling. De beloften van de ondertekenaars houden onder meer in: ‘Wij zullen de lozing van stoffen die ecologische schade kunnen toebrengen aan de lucht, het water, de aarde of zijn bewoners verminderen en dat blijven verbeteren ... wij zullen situaties die gevaar opleveren voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu en door ons toedoen zijn ontstaan, onmiddellijk en naar behoren ongedaan maken ... wij zullen zoveel mogelijk vervangbare natuurlijke hulpbronnen gebruiken ... verspilling tegengaan ... energie besparen en regelmatig in overleg treden met mensen die in de buurt van onze installaties wonen ...’
De ondertekenaars beloven ook jaarlijks hun vooruitgang te evalueren en vrijwillig meer te doen dan wettelijk is verplicht. Ceres publiceert samenvattingen van de jaarverslagen; sommige bedrijven geven jaarlijks een milieurapportage. In het verslag van GM over 1994 staat bijvoorbeeld dat het bedrijf in 1992 25 miljoen kilo giftige stoffen loosde en driemaal zoveel heeft teruggewonnen, gerecycled of behandeld. En met het Canadese Responsible Care Initiative doet de hele chemische industrie mee. RCI gaf oorspronkelijk maar een vrijblijvende leidraad. Maar na de ramp bij Union Carbide zijn de voorschriften bindend geworden voor de gehele Canadese chemische industrie. Spoedig kwam ook de Amerikaanse chemische industrie daar bij. De vereisten gaan verder dan de wet; zo moet er jaarlijks een overzicht van alle vrijgekomen stoffen worden gemaakt, niet alleen van de gevaarlijke. Sinds 1988 hebben de Amerikaanse chemische bedrijven de uitstoot van giftige gassen met 35 procent verminderd.
Zo zien wij het bedrijfsleven zelf regels opstellen, waarbij een breder sociaal goed vooropstaat. De voorschriften gaan vaak verder dan de wet en beperken zich niet alleen tot het milieu. Een paar voorbeelden. Omdat velen een verband zien tussen geweld en videospelletjes is in de amusementsindustrie onlangs een vrijwillig systeem ingevoerd, waarbij de spelletjes een ‘cijfer’ krijgen, zodat de ouders enig toezicht kunnen uitoefenen. Op het gebied van mensenrechten heeft Levi Strauss strenge normen gesteld voor zijn overzeese toeleveranciers, waarbij 120 onder hen veranderingen hebben moeten aanbrengen en dertig zijn afgevallen. Moet de vrije markt onbewust en onzichtbaar zijn? Blijkbaar niet. De vrije markt kan even goed sociale als financiële doelstellingen nastreven. Het bedrijfsleven staat niet langer buiten de maatschappij in een gewetenloze wereld. Evan O. Jones heeft gelijk. Dat is inderdaad een ontwikkeling van historische afmetingen.
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Business ethics, januari/februari 1995.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.