Email   Print

Astronauten, diplomaten en clowns

De theorie van de geboorte-volgorde is verleidelijk in zijn eenvoud: de plaats in het gezin is bepalend voor ons slagen en falen, onze krachten en angsten. Als je behoort tot de vierenveertig procent van de bevolking die oudste of enig kind is, heb je al vroeg te maken gehad met een stortvloed van aandacht en verwachtingen van je ouders. Waarschijnlijk ben je eerzuchtig, veeleisend en heb je veel verantwoordelijkheidsgevoel. De oudsten brengen meer tijd met volwassenen door, zodat ze zich sneller ontwikkelen, gretig om leiding en verantwoordelijkheid op zich te nemen. Zo zijn bijvoorbeeld opvallend veel astronauten oudste kinderen.

Stephen Harrigan | 2 mei/juni 1995 issue

Op de middelsten, zoals ik, is minder gemakkelijk een etiket te plakken. Meestal ziet men ons als slachtoffers van een onschadelijk soort verwaarlozing, degenen met de minste foto’s in het familiealbum. Omdat onze ouders zich nooit helemaal aan ons kunnen wijden, leren wij ons te schikken. Voordat wij de kinderschoenen zijn ontgroeid, zijn wij doorgewinterde diplomaten. De jongsten kunnen soms ontzettend dwarsliggen. Zij worden onvermijdelijk in de watten gelegd. De jongste wordt afwisselend gekarakteriseerd als clown, druktemaker en mascotte.

Specialisten op het terrein van de geboorte-volgorde vinden dat wij moeten trouwen met iemand uit een gezinssituatie grofweg spiegelbeeldig aan de onze. De jongste broer van zusters moet trouwen met de oudste zus van broers en de jongste zuster van broers moet in het huwelijk treden met de oudste broer van zusters. Wij krijgen te horen, dat het geheim van goed ouderschap schuilt in een juist gebruik van geboorte-volgorde om het gedrag van onze kinderen te begrijpen – de overbelaste oudste, de bemiddelende middelste, de rusteloze jongste. Door die lens gezien schijnt de menselijke aard plotsklaps verbluffend eenvoudig. Psycholoog Harold Mosak klaagt niettemin: ‘Dat hele gedoe over geboorte-volgorde, niets anders dan bakerpraatjes met een psychologisch tintje. Mensen die zichzelf willen begrijpen hanteren het als een soort astrologie.’ Zelfs de uitvinder van de theorie, Alfred Adler, zegt dat het misschien wordt overdreven. In 1918 schreef hij: ‘Er zijn wat misverstanden over mijn gewoonte mensen in te delen naar hun plek in het gezin. Van invloed op het karakter is natuurlijk niet de rangorde van het kind, maar de situatie waarin het terecht is gekomen en hoe het daar mee omgaat.’ Adler zag in, dat een indeling naar volgorde te gemakkelijk is.

Het grote probleem met de erkenning van die volgorde is dat het geen duidelijk afgebakend terrein is. Een gezin is een dicht geweven stof met ontelbare draadjes, zichtbare en onzichtbare. Zelfs als je dat ene draadje er uit zou kunnen halen vallen er nog heel wat sterke invloeden te ontwarren: sociaal-economische status, ras, klasse, waarden, doelstellingen, ziekte, dood en voorouders. Neem bijvoorbeeld een gezin met vier kinderen. Als de kinderen met regelmatige tussenpozen zijn geboren, is hun rangorde gemakkelijk vast te stellen. Maar als zij twee aan twee geboren zijn, met een groot leeftijdsverschil? Zou de derde dan niet karaktertrekjes ontwikkelen van een oudste en de tweede dezelfde trekjes vertonen als de vierde? En als de eerste een jongen is en de rest meisjes? Zou het oudste meisje een soort oudste-kindverhouding met haar jongere zusjes hebben? Hoe zou een oudste zoon zich ontwikkelen met de schim van een vooroverleden oudere broer om zich heen? De variaties van geslacht, leeftijdsverschil en omstandigheid zijn zo eindeloos en ingewikkeld dat het weinig zinvol lijkt om ze in kaart te brengen.

Met toestemming bewerkt en overgenomen van Health, nov/dec 1992.



Tools: Bespreken | Email | Print | RSS | Nieuwsbrief
Save/Share:
  • del.icio.us
  • Digg
  • Google
  • Facebook
  • YahooMyWeb
  • StumbleUpon
  • Blue Dot
  • Technorati
  • Reddit
Comments
Post a comment

You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.