|
|
| Share |
Alleen op de drempel
De Engelse dichter James Kirkup beschrijft zijn herinneringen aan zijn kinderjaren in het boek The Only Child, An Autobiography of Infancy. De omslag vertoont de foto van een kleine jongen die in een deuropening staat en de wereld inkijkt. Zijn blik reikt ver weg en hij kijkt eigenlijk in het niets. Er gaat een indruk van afwezigheid en onbereikbaarheid uit van dit kleine figuurtje dat een broek en een wollen trui draagt met afgezakte sokken en oude sandalen. Hier wordt het ware beeld van het enig kind volmaakt onthuld. Het enig kind staat in de deuropening, hij is niet binnen en niet buiten, hij is eigenlijk altijd op de drempel. Achter hem is het veilige warme nest, voor hem ligt de uitdaging van de wereld. Maar hij is noch in de ene, noch in de andere plaats; hij is eigenlijk nergens. Hij kan de gezellige warmte van het ouderlijk nest niet echt genieten, en durft evenmin de sprong te maken naar de volheid van het leven. Hij blijft een figuur op de drempel; dat is de bijzondere situatie van het enig kind.
Het enig kind wordt afzijdig gehouden van zijn onmiddellijke sociale omgeving. Hij kijkt ernaar door de poorten van zijn eigen huis en om hem heen is de wereld tegelijkertijd bekend en vreemd. Hij kan ernaar kijken, maar hij kan er niet ingaan. Hij neemt deel aan de activiteiten in de wereld zonder echt mee te doen. Hij is niet een kind dat zichzelf kan vergeten; hij is de waarnemer die altijd een zekere afstand houdt tussen zichzelf en de wereld om hem heen. Het enig kind verlangt ernaar om net zo te zijn als de andere mensen, vrolijk en onbezorgd, gelukkig en soms ongelukkig, zich af en toe aan de wereld gevend en dan weer in zichzelf terugkomend; maar dit is allemaal vreemd voor hem. Hij staat en staart naar de eindeloze horizon, want hij is een kind van de drempel. De gezinsconstellatie brengt met zich mee dat zijn gevoelsleven niet wordt getraind. Er zijn geen broers of zusters met wie hij voortdurend kan verkeren. Er zijn geen ruzies, geen conflicten, geen meningsverschillen maar ook geen liefde tussen mensen van dezelfde leeftijd. Hij is een enig, alleenstaand, klein wezen die de wereld bekijkt van een hoogverheven positie, ver verwijderd van zijn medemensen.
Het enig kind heeft niemand anders dan zijn ouders. Maar zij zijn niet zijn gelijken, en ofschoon zij hem bescherming en beschutting en gezelligheid geven zijn zij volwassen mensen, ze staan achter hem en om hem heen maar niet naast hem.
De tweeslachtigheid van het gevoelsleven van het enig kind drukt zo’n diepe stempel op zijn innerlijk dat hij de rest van zijn leven hierdoor wordt getekend. Maar al te vaak verwacht het enig kind in het sociale leven te worden erkend en gewaardeerd. Omdat hij niet in staat is om één temidden van velen te zijn verlangt hij naar een speciale status en een speciale plaats in het leven. Vaak streeft hij ernaar een uitzonderlijke positie te verwerven en zal hij niet tevreden zijn voordat hij die ook bereikt heeft.
Dit alles schildert dus een tamelijk droevig beeld van het enig kind maar het is niet bedoeld als een soort waarschuwing. Deze enige kinderen moeten er ook zijn. Hun eigenschappen kunnen leiden tot grote prestaties en een grote levensvervulling. Juist door hun uitzonderlijke situatie kunnen enige kinderen doeleinden bereiken die voor anderen niet zijn weggelegd.
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Karl König: Waarom ben ik mijn broertje niet? Christofoor 1977.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |






You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.