|
|
Vroeg volwassen
Onbezorgdheid en speelsheid. Veel kinderen van nu komen er nauwelijks meer aan toe. Ze gedragen zich als kleine volwassenen, hebben dezelfde ziekten als volwassenen. Nauwelijks op de basisschool, worden ze geconfronteerd met de voor- en nadelen van de zogenaamde open, commerciële maatschappij. Ze zijn zes jaar en niets belemmert hen om eindeloos met de televisie te ‘zappen’. Maar dat is een betrekkelijke ‘rijkdom’, een schrale vrijheid. Steeds vaker leven kinderen in gebroken gezinnen, maken ze kennis met woningnood en armoede, staan ze onder prestatiedruk. Ze staan midden in de ernst van het leven. Veel kinderen missen de bescherming die hun ouders wel hebben genoten. Maatschappelijke veranderingen gaan aan hen niet voorbij en ze moeten ze verwerken zoals volwassenen. Bovendien biedt de school geen uitkomst en bescherming meer. Kinderen beschouwen school als hun ‘werkplaats’, waaraan ze zich aan rituelen moeten onderwerpen om maatschappelijk geïntegreerd te raken.
Kinderen als kleine volwassenen: deze stelling kan worden geschraagd met uitkomsten van recent gezondheidsonderzoek. Er vallen nu bij kinderen en pubers ziekten waar te nemen, die tot nu toe slechts bij volwassenen werden geconstateerd.
Onderzoek wijst uit, dat de tijden voorbij zijn dat het kind-zijn werd gekenmerkt door klassieke kinderziekten: door mazelen, kinderpokken, kinkhoest, kinderverlamming en roodvonk. Deze infectieziekten hebben plaatsgemaakt voor meestal chronische ziekten, die zich nauwelijks van het lijden van volwassenen onderscheiden. Veel kinderen hebben te kampen met uitputtingsverschijnselen, nervositeit, ademhalingsmoeilijkheden en slaapstoornissen. Slecht gespecificeerde verschijnselen, die kennelijk met overbelasting van het immuniteitsstelsel hebben te maken. Maar ook met slechte voeding en een onregelmatige en ongezonde levenswijze. Hoofdpijn, moeilijkheden met de concentratie en moeheid gaan gepaard met een gevoel van onwelzijn, vaak weer verbonden gevoelens van eenzaamheid en angst. Bij meisjes doen zich die verschijnselen vaker voor dan bij jongens en na het tiende jaar worden die verschillen alleen maar duidelijker.
De meeste ziekten zijn chronisch. Dat valt vooral op bij allergieën, waardoor nu al eenderde van de kinderen en tieners wordt getroffen. Vooral huideczeem en astma komen steeds vaker en bij steeds jongere kinderen voor. Vergeleken met 1950 treden deze allergieën nu twee keer zo vaak op bij de jeugd. Kennelijk spelen hier schadelijke stoffen in het milieu en de veranderingen van de leefomgeving – gezin, school, vriendenkring – een grote rol. Psychische storingen – bekend onder volwassenen – zijn ook onder kinderen sterk verbreid. Al in de eerste jaren op de basisschool is de intensiteit van lichamelijke, psychische en verbale agressiviteit sterk toegenomen, vergeleken bij vroeger. Dat hangt samen met het gebrek aan maatschappelijke oriëntatie en gebrek aan houvast in het gezin.
Steeds vaker gebruiken kinderen drugs, die het centrale zenuwstelsel beschadigen. Steeds jonger roken kinderen sigaretten en drinken ze sterke drank. Uit onderzoek blijkt dat twee procent van de kinderen al voor hun tiende regelmatig alcohol drinkt. In het volgende levensjaar stijgt dat naar zeven procent, daarna gaat het met sprongen omhoog. Onder de twaalfjarigen drinkt eenderde regelmatig of incidenteel alcoholische dranken. Hetzelfde patroon geldt voor het roken van sigaretten. Dat geldt ook voor de consumptie van medicijnen. Pijnstillers, antigrippine en slaapmiddelen worden door schoolkinderen gebruikt, als ze zich niet goed voelen. De ouders vinden dat maar al te vaak goed. Eenderde van de kinderen en tieners doet wekelijks regelmatig een greep in het huiselijke medicijnkastje. Als het om roken gaat hebben meisjes de jongens ingehaald. Daarmee wordt het zelfvertrouwen kennelijk geschraagd. Misschien heeft het met emanci-patie te maken, maar vaststaat dat het nadoen van volwassenen ook een rol speelt.
Het zijn allemaal aanwijzingen dat kinderen en volwassenen op dezelfde manier met de problemen van alledag omgaan. Het gaat om stressreacties, die tot nu toe waren voorbehouden aan de wereld van de volwassenen: stress op het werk en problemen met relaties. Kinderen reageren als kleine volwassenen, volwassenen als grote kinderen. Het lijkt er op of de ‘sociale ozonlaag’ voor kinderen, die hun een ongestoorde ontwikkeling van hun persoonlijkheid bood, gaten vertoont. Vaak geeft het gezin te weinig bescherming. De toegenomen vrije tijd biedt verlokkingen die tot desillusies leiden en de veiligheid van het regelmatig bestaan van vooral kinderen bedreigen. En, wat de media en hun mogelijkheden tot informatie en voorlichting betreft, er is al veel geschreven over het feit dat de televisie passiviteit bevordert, die het vooral kinderen moeilijk maakt de wereld realistisch te bekijken. Bovendien voelen kinderen zich tijdens hun schooltijd beklemd door een lange reeks van proeven om zich te kwalificeren voor de maatschappij. Dat leidt tot toenemende onzekerheid. Ook kinderen hebben al het gevoel, dat ze leven in een maatschappij die van concurrentie aan elkaar hangt. Alleen de individuele prestatie telt in een vrije-tijdswereld, die is getekend door consumptie en al weer wedijver.
Kinderen zijn sociale, culturele en ook hygiënische seismografen, die volwassenen duidelijk op de feilen van de inrichting van het moderne leven drukken. Zij zijn volledig betrokken bij onze volwassenenmaatschappij, maar zij hebben niet de verdringingsmechanismen waarmee volwassenen deze wereld verdragen en dragelijk maken. Daarom zijn hun oplossingen soms veel origineler dan van volwassenen, maar daarom ook is hun lijden vaak veel erger, omdat zij onvoorbereid worden geraakt door die feilen.
Kinderen als ‘kleine volwassenen’ – als die these klopt, werpt zij een speciaal licht op de noodzakelijke transformatie van het menselijk leven in de huidige, door technologie en industrie bepaalde, maatschappij. De verschillende levensfasen lopen niet meer duidelijk in elkaar over. Een kind van negen kan zich tegenwoordig een echte tiener voelen, een zestienjarige kan zich als volwassen beschouwen. Omgekeerd echter kan een volwassene van dertig het gevoel hebben, dat hij zich in de levensfase van een vijftienjarige bevindt. Echt nieuw is dit natuurlijk niet. Dat valt te lezen in het klassieke boek van Philippe Aries De geschiedenis van kinderen. Pas na de Middeleeuwen komt het bestaan van kinderen en jeugd als een maatschappelijk begrensde groep tot stand. In de Middeleeuwen verkeerden kinderen na hun zuigelingenbestaan vanzelfsprekend met volwassenen, droegen dezelfde kleren en verrichtten hetzelfde werk. Aries: ‘In de Middeleeuwen en in het begin van de Renaissance leefden kinderen vanaf hun zevende samen met volwassenen. Binnen in hoge mate collectieve levensvormen was er geen ruimte voor een privé-leven. De familie vervulde een functie – zij zorgde voor de voortgang van het leven, voor bezit en een naam – maar voor het gevoelsleven speelde zij echter geen belangrijke rol.’
Pas vanaf de zestiende eeuw ontstond de moderne familie, geconcentreerd om het kind. Zij zag de vorming van de jonge mens als haar opgave. Later in de democratische en industriële maatschappij trad naast de familie eerst de school – later de kleuterschool – op om de opvoeding en vorming van de kinderen over te nemen. En nu, aan het eind van de twintigste eeuw beginnen deze heldere contouren van het maatschappelijk vormingsproces te vervagen. Daarbij valt het op dat de kloof tussen arm en rijk steeds breder wordt. Het arme kind wordt eerder gedreven in de richting van de nicotine en van drugs, het rijke kind compenseert zijn problemen mogelijk met psychosomatische storingen en leesblindheid.
Oplossingen? Kinderen moeten veel meer betrokken worden bij de relevante beslissingen van alledag. Zij mogen niet langer een aanhangsel van een broos geworden relatie tussen hun ouders zijn. Zij moeten niet langer door hun ouders in een schoolloopbaan worden gedwongen die de ouders voor zichzelf hadden gewenst. Zij moeten zelf hun keuze kunnen maken. Laat kinderen meewerken aan de inrichting van het leven van alledag. Dat betekent ook een deelname aan de – in een democratische samenleving tenminste symbolisch belangrijke – verkiezingen. Een kiesgerechtigde leeftijd vanaf achttien jaar is onder de gegeven omstandigheden een klucht.
Klaus Hurrelmann is professor voor maatschappelijk en gezondheidsonderzoek aan de universiteit van Bielefeld.
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Psychologie heute , oktober 1994.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.