|
|
Vechten voor het huwelijk
Het is bijna juni, hèt seizoen voor geglazuurde bruidstaarten en kratten grand cru. Bloemisten maken stukjes van orchideeën en rozen, naaisters leggen zomen in satijnen japonnen en jonge stellen zetten vol verwachting op het stadhuis hun handtekening.
Vorig trouwseizoen waren mijn man en ik uitgenodigd op de bruiloft van de dochter van oude vrienden. Toen ik de moeder van de bruid aan de arm van haar oudste zoon zag voortschrijden, besefte ik vol bewondering hoe haar eigen gang naar het altaar zo’n 25 jaar geleden drie kinderen en een liefdevolle, duurzame verbintenis tot gevolg had gehad. Mijn eerste huwelijk, een paar weken na het hare, had tot een kind en echtscheiding geleid. Veel van mijn vrienden studeerden toen de ene week af en trouwden de volgende. We vonden het in de jaren zestig nu eenmaal gemakkelijker om wel, dan niet te trouwen. Al moet ik bekennen dat ik er toen al niet zeker van was of mijn aanstaande man en ik goed bij elkaar pasten. Het idee van een echtscheiding kwam in mij op toen ik, op van de zenuwen, voor het altaar stond. Wat een opluchting om te weten dat er een uitweg was, dat mijn beloften mij niet levenslang bonden, dat – zonodig – de huwelijksknoop net zo gemakkelijk kon worden losgemaakt als de strikken van mijn trouwjurk. Ondanks mijn handtekening had ik me niet echt vastgelegd.
Toen de gebruikelijke problemen in mijn eerste huwelijk rezen werd de knoop snel doorgehakt. Iedereen wist dat het niet goed was om bij elkaar te blijven ‘voor de kinderen’. Wij, de ouders, hadden recht op iets beters. Mijn man en ik zijn maar een paar keer naar een relatietherapeut geweest. Wij wilden er niet over praten, wij wilden er af! In het begin leek onze zoon de scheiding goed te doorstaan. Ik had Jimmy weken tevoren tactvol voorbereid op de traumatische ervaring Papa zijn luie stoel in een busje te zien laden. Bleek later niet dat Jimmy al mijn zorgvuldige uitleg had verwerkt? Had hij niet al te vaak de ruzies tussen zijn vader en mij meegemaakt? Was hij vervolgens niet vroegtijdig onafhankelijk geweest, als hij zijn weekendkoffertje met plakplaatjes inclusief gerafeld dekentje hielp pakken om eens in de twee weken bij zijn vader te gaan logeren?
Maar toch, ondanks zijn eerste, oppervlakkige aanpassing leed Jimmy naar alle waarschijnlijkheid meer onder onze echtscheiding dan onder ons huwelijk. De verhitte gesprekken uit de tijd dat wij nog samenwoonden, waren niets vergeleken met de latere schermutselingen over geld – onvermijdelijk bij een ‘vriendschappelijke’ echtscheiding. Of gevechten in de echtscheidings-ronde met hem als inzet, waar het Salomons oordeel werd verzaakt als wij – zijn echte ouders – hem regelmatig in tweeën deelden. Wie krijgt hem met Kerstmis? Wie met Pasen? Gelukkig duren beide twee dagen... Jimmy leed ook onder de twee daaropvolgende echtscheidingen van zijn vader. Hij deed zijn best om een relatie op te bouwen met zijn stiefmoeder – en een of twee stiefbroertjes en -zusjes – om daarna tot de ontdekking te komen dat ook dat van tijdelijke aard was. Wat kunnen deze kortstondige verbintenissen een kind leren op het gebied van vertrouwen en standvastigheid, of de duurzaamheid van beloften? Onzekere kinderen maken zich te veel zorgen over zichzelf om te kunnen opgroeien tot liefdevolle volwassenen en partners die om elkaar geven; en dat leidt alleen maar tot nog meer ontbonden huwelijken. Maar al te vaak komt echtscheiding voort uit een fundamenteel egoïsme en egocentrisme: de persoonlijke crisis verdringt de verplichting van verbondenheid, die elk huwelijk met kinderen vertegenwoordigt. Uit een onderzoek naar het ouderschap gedurende het eerste jaar is gebleken, dat verschillende jonge stellen het belangrijker vonden om bij te houden wie de baby in het weekend had verschoond en hoe vaak – iets dat zij samen zouden doen – dan hoe goed het met de baby zelf ging.
Bij de huwelijksceremonie van mijn vriendins dochter werd op twee momenten het jawoord gegeven om de ernst ervan te onderstrepen. ‘Het probleem is niet de juiste persoon te vinden, maar om de juiste persoon te zijn’, zei de dominee alvorens zich tot de verzamelde gasten te wenden met het dringende verzoek: ‘Kunnen wij, zoals wij hier zitten, beloven deze mensen te steunen om hun samenleven duurzaam te maken?’ Wij antwoordden met een spontaan: ‘Ja.’ Ik vroeg me wel af, wat er gebeurd zou zijn als mijn familie en vrienden ook zo positief ten opzichte van mijn huwelijk hadden gestaan toen het op de klippen liep, als ze waren geweest ten opzichte van mijn echtscheiding. Getrouwde stellen zijn het – met steun van de gemeenschap – aan hun kinderen verplicht niet bij de eerste averij van boord te springen. Ze moeten hun inspanningen veeleer richten op herstel dan op beëindiging van het huwelijk en niet hun verantwoordelijkheid ontwijken als ware het een weggegooid bruidsboeket. Ik pleit niet voor masochisme, martelaarschap of uitgebreidere beperkingen bij echtscheiding. Er zijn omstandigheden die nopen tot ontbinding: verregaande wreedheid, of algeheel gebrek aan respect voor elkaar. Ook was ik dankbaar de gelegenheid te hebben opnieuw te beginnen en voor mijn tweede echtgenoot, stiefdochter en tweede zoon meer te kunnen betekenen dan voor mijn eerste gezin.
Maar iedereen die het ‘voor de kinderen’ tegenspreekt, had moeten zien wat mijn zoon meenam toen hij op kamers ging wonen. Bovenin een schoenendoos met souvenirs lag een foto uit mijn trouwalbum: zijn vader en ik, feestvierend met taart en champagne. Het bleef een droom, zijn ouders bij elkaar, tot de dood hen scheidt. Het spijt me voor hem, dat ons dat niet is gelukt.
Met toestemming bewerkt en overgenomen van Tikkun , mei/juni 1994.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.