|
|
Het is maar hoe je het ziet
Kijk eens naar een afbeelding van een vrouw die staat te strijken. Is dit werk of vrijetijdsbesteding? En als het werk is, welk soort dan? Zij zou iemand kunnen zijn die buitenshuis in een volledige dienstbetrekking kleding maakt.
Als ze aangenomen is op basis van stukwerk, zal ze waarschijnlijk proberen om zo snel mogelijk zo veel mogelijk kledingstukken te strijken. Of misschien is ze aangenomen op een weekloon en dan maakt het niet veel uit hoe snel zij werkt. Misschien werkt zij in deeltijd, of in ploegen, of als invalster in een vakantieperiode, of maakt zij overuren in een drukke tijd. In al deze gevallen verkoopt zij haar strijkvaardigheid aan een werkgever. Zij kan eigenares zijn van de stof en het strijkijzer, terwijl ze bezig is het kledingstuk in orde te maken voor de verkoop. Misschien heeft zij de lap geverfd, het ontwerp gemaakt of het kledingstuk gegarneerd. Misschien heeft zij haar eigen boetiek of heeft zij een overeenkomst met een winkel. In dat geval is zij zelfstandig en verantwoordelijk voor haar eigen tempo en de kwaliteit van haar produkten.
Tot dusverre weten wij niets van haar leeftijd, burgerlijke staat of opvattingen. Laten wij eens aannemen dat zij het kledingstuk strijkt voor een van haar gezinsleden. Misschien strijkt zij een overhemd voor haar minnaar als bewijs van haar liefde in de wetenschap dat haar minnaar hetzelfde voor haar doet. Maar het is geen spel, dat uitsluitend gedaan wordt om er plezier aan te beleven, zoals tennissen of vissen. Misschien is zij al jaren getrouwd met een man die zij amper kan verdragen. Hij wil per se elke dag een schoon, goed gestreken overhemd aan. Misschien slaat hij haar wel als zij haar ‘plicht’ verzaakt. De taak is een druk en geeft geen vreugde. Zij voelt zich opgesloten, onderdrukt en gebelgd over het onrechtvaardige van haar toestand.
Misschien strijkt zij een kledingstuk dat zij de volgende dag op kantoor wil dragen en doet ze het om er daar goed uit te zien. Als zij weet dat zij er goed uitziet, werkt zij ook beter. In zekere zin werkt zij dus voor haar baas in haar eigen tijd. Natuurlijk is ze ook bezig om er goed uit te zien, wanneer zij haar tanden poetst of zit te ontbijten, maar dat zou zij ook allemaal doen als zij geen werk had – maar in de vakantie zou zij geen blouse strijken. Misschien is het een blouse van haar schoonmoeder. Als vrijwilligster verzorgt ze iemand die dat zelf niet kan. Zij is een onbetaalde sociale werkster en daardoor kan ze niet elders in loondienst treden. Die zorg voor naasten en familie is in hoge mate geslachtsgebonden. Van mannen wordt zoiets niet verwacht.
Misschien is zij lid van het plaatselijke toneelgezelschap en heeft de regisseur van haar gedaan gekregen de kostuums van de hoofdrolspelers op te persen. Of misschien heeft de regisseur haar met veel mooie woorden bewerkt om een vervelend klusje te doen, zodat zij nu baalt als een stekker. Ook kan zij strijken een ontspannende bezigheid vinden na geestelijk inspannend werk. In dat geval is het prettig en ervaart zij het dus niet als echt werk.
De hele tijd hebben wij gedacht aan een vrouw die dit werk doet. Zelfs als ik het telkens over een ‘persoon’ had gehad en er een geslachtsloos plaatje bij was geweest, zouden vele lezers zich er een vrouw bij voorstellen. De macht der gewoonte bepaalt net zo zeer wat werk is als de economische verhoudingen die horen bij de moderne produktiemaatschappij.
Met toestemming bewerkt en overgenomen van The new internationalist, nummer 239, januari 1993.
| Tools:
Bespreken
| Email
| Print
| RSS
| Nieuwsbrief Save/Share: |


You must be a registered user to comment. If you are already registered Click here to login or Click here for our fast, free registration.